POLITIEK INCORRECT -- WELKOM


Geachte bezoeker,

Via dit kanaal tracht ik u op de hoogte te houden van het politieke reilen en zeilen in het soms grillige politieke landschap van dit apenland, en soms ver daarbuiten. Ik wens u alvast veel leesgenot, en dank u voor uw bezoek.

met Vlaams-liberale groeten,

Xavier Meulders, uw webbeheerder

Voor al uw reacties, vragen en opmerkingen; stuur een elektronisch bericht naar: xavier_meulders@hotmail.com

18 december 2007

Politiek Incorrect stopt ermee

Beste bezoeker,

Wegens diverse redenen houdt deze weblog het voor bekeken. De auteur daarentegen blijft echter bruisen van vitaliteit en schrijflust, en verwijst u graag verder naar zijn nieuwe weblog De Anarcho-Kapittels dat virtueel bereikt kan worden via http://anarcho-kapittels.blogspot.com , waar u (voor de verandering...) extreem-links in beeld meer tekst en uitleg vindt waarom Politiek Incorrect wordt opgedoekt.

Deze weblog blijft uiteraard 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 raadpleegbaar, en u kunt ook het rijk gevulde archief blijven consulteren. Nieuwe artikels en bijdragen zullen, vanzelfsprekend, op de nieuwe weblog verschijnen.

Xavier Meulders

11 november 2007

Een libertarische kijk op de BHV-kwestie: de overheid als grote boze wolf

Nadat vorige woensdag de Franstalige leden van de Kamercommissie Binnenlandse Zaken demonstratief hun blijk van ongenoegen hebben geuit naar aanleiding van het “Vlaams imperialisme” – over de manier waarop zij in 2003 het vreemdelingenstemrecht door de Vlaamse strot hebben geduwd en een referendum over de Europese grondwet onmogelijk werd gemaakt wegens angst voor een te grote verdeeldheid van het onzalige koninkrijk zullen we dan maar zedig zwijgen zeker? – is het eerst en vooral natuurlijk maar te hopen dat zij voor eens en voorgoed wegblijven. Of de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde ooit wel effectief gesplitst zal worden is natuurlijk nog een andere vraag.

Gezien kranten, opiniebladzijden en andere weblogs al uitbulken van de analyses en opinies over hoe het nu verder moet met ’s lands toekomst en de regeringsonderhandelingen – zonder hierop verder in te gaan is de mening van de beheerder van deze weblog dat, gezien de massahysterie die nu ontstaan is in Franstalig België (alsof er ook nog een ander België zou bestaan…), de tijd voor het opstellen van de Belgische overlijdensakte nu dringend aan de orde is. En als de Vlamingen dan al een ‘geste’ moeten geven, zoals de Franstaligen voorstellen, dan is de enige gepaste een opgestoken middenvinger – is het interessant om eens naderbij (weeral…) in te zoomen op juist die kwestie van de kieskring van Brussel-Halle-Vilvoorde. De splitsing ervan is buiten de eis van het Grondwettelijk Hof – hoewel ik verder in dit artikel niet verder zal ingaan op het technisch-juridische of politieke aspect van de zaak – immers ook een duidelijk signaal dat het territorialiteitsbeginsel een voornaam principe is dat ook in Vlaanderen geldt. En dat anderstaligen die zich in Vlaanderen (inclusief Sint-Genesius-Rode, Wezembeek-Oppem,…) vestigen het Nederlands meester moeten zijn. Maar valt er dan echt niets goed te zeggen over het zogenaamde personaliteitsbeginsel (ieder persoon zijn of haar eigen taal) dat door de Franstalige inwijkelingen met hand en tand wordt verdedigd? Ook ondergetekende, die bijvoorbeeld zowel lid is van het libertarische (en vorige week pas opgerichte) Murray Rothbard Instituut (zie www.rothbard.be) als van de Vlaams-nationalistische Vlaamse Volksbeweging kampt of zou kampen met de schizofrenie dat hij als overtuigd libertariër het voornamelijk door francofonen verdedigde standpunt van het zogenaamde ‘personaliteitsbeginsel’ zou moeten bijstaan (vanuit de libertarische idee kan immers geen enkel individu worden gedwongen een bepaalde taal – in dit geval het Nederlands – te spreken), maar aan de andere kant ook het flamingante hart moet laten spreken, en tot het uiterste – desnoods met geweld – moet gaan om geen gesproken of geschreven letter van de taal van Vondel in Linkebeek of Wezembeek-Oppem (thans oorlogsgebied) teloor te laten gaan. Het (libertarische) principe van personaliteit zou dus op zeer gespannen voet komen te staan met het (Vlaams-nationale) beginsel van territorialiteit. When in Rome, do as the Romans do. Or not?

Ik heb in deze inleiding zeer opzettelijk de term ‘libertarisch’ (principe, beginsel,…) gebruikt, om deze te onderscheiden van een (klassiek-)liberaal. De klassiek-liberale minarchist zou immers het standpunt verdedigen dat het territorialiteitsprincipe alleen van toepassing zou mogen zijn op communicatie van de overheid naar de burger toe (waardoor taalfaciliteiten en dergelijke meer direct naar de prullenmand worden verwezen), maar dat die burgers in hun onderlinge communicatie de vrijheid van taalgebruik mogen gebruiken. Die tweespalt tussen ‘publieke’ en ‘private’ ruimte leidt echter soms tot nogal dubieuze situaties, omdat juist die grens tussen het publieke en het private domein flinterdun is. Wat bijvoorbeeld met de (achteraf door de provinciegouverneur geschorste) beslissing van de gemeenteraad van het Vlaams-Brabantse Merchtem vorig jaar waarin bepaald werd dat op de wekelijkse markt alleen maar het Nederlands gebruikt mag worden om de uitgestalde koopwaar aan te prijzen? Is dat geen schandelijke interventie van de overheid in dat fameuze private domein? Volgens het gemeentebestuur van Merchtem alleszins niet, omdat zij zich als organisator van die markt – zij claimt overigens die rol als monopolistische organisator louter en alleen maar omdat de kraampjes op die markt op zogenaamd ‘publiek’ domein staan geplaatst – veronderstelt dat het, indirect, om een publiek-private verhouding gaat, en zij zodoende bevoegd is om de officiële taal die uitgaat van de overheid – zijnde het Nederlands – op te leggen. De klassiek-liberaal in dit verhaal zal nu knarsetandend en met parelend zweet op het voorhoofd een bepaalde argumentatie uit zijn koker moeten toveren om de beslissing van de gemeente Merchtem al dan niet te verdedigen. Misschien zal hij wel opperen om die markt gewoon te privatiseren?...

En daarmee zit de klassiek-liberaal al op het juiste spoor, maar de libertariër zit ook nog eens in de juiste trein: in feite zou er juist moeten worden afgestapt van die scheiding tussen ‘publiek’ en ‘privaat’, omdat de overheid toch voor niets deugt. Het feit dat voor de libertariër alleen maar ‘het private’ bestaat, is een logisch gevolg uit de dualiteit tussen ‘maatschappij’ en ‘samenleving’. Het begrip ‘maatschappij’ veronderstelt immers een hiërarchische ordening van horige subjecten die onderworpen zijn aan de wil en het doen en laten van een overheid; meerbepaald de staat. Zij veronderstelt dat A macht heeft over B en C. ‘Samenleving’ daarentegen is de spontaan geordende interactie van meerdere deelnemers, waarbij andermans mijn en dijn (de Lockeaanse basisgoederen leven, vrijheid en eigendom) wordt gerespecteerd. Die ‘spontane orde’ impliceert overigens ook dat het hier niet gaat om een louter toevallig chaotisch georganiseerd (of juist niet georganiseerd) aggregaat (hoewel ieder aggregaat conform het menselijk handelen wel over moét gaan naar een samenleving). In dit model vindt interactie plaats tussen hetzij A en B; B en C; of A, B en C tezamen, zonder dat A daarom noodzakelijk direct gezag uitoefent over B en C, in die zin dat A hetzij willekeurig (op totalitaire wijze), hetzij met de goedkeuring van bijvoorbeeld D en E (op democratische manier, hoewel democratie eigenlijk niet meer of niet minder is dan een opgesmukt afgeleide van totalitarisme) kan beslissen wat B en C mogen/niet mogen/moeten doen.

Inzake Brussel-Halle-Vilvoorde en het daaraan verbonden debat over personaliteit versus territorialiteit heeft die libertarische dualiteit tussen maatschappij – een begrip met een boosaardige, etatistische lading – en samenleving verstrekkende gevolgen. Gezien in een samenlevingsmodel het dwingende karakter van een overheid afwezig blijft, verdwijnt ook direct de discussie over de taal waarin de overheid haar communicatie naar de burger moet voeren. Op het eerste zicht lijkt het er dan ook op dat vanuit een libertarisch perspectief alleen maar het personaliteitsbeginsel kan worden verdedigd, omdat het territorialiteitsprincipe een dwingelandij – i.e. de overheid die bepaalt welke taal in welk territoriaal afgebakend gebied moet gesproken (of minstens passief gekend) zijn – inhoudt. Dit zou echter een banaal beeld opleveren van het libertarisme als een egocentrische en cultuur- en taalrelativistisch model (ik gebruik opzettelijk niet het woord ‘ideologie’, wat niet het geval is. Ook de samenleving – dat zoals eerder vermeld een ander (geordend) concept vormt dan een aggregaat – kan immers dergelijke regels, zij het van morele aard, opleggen. In die zin dat bijvoorbeeld een Franstalige die zich in Merchtem – we hebben het er nu toch al het hele artikel over – vestigt niet direct verplicht is Nederlands te leren of te kennen, maar door de reeds gevestigde samenleving wel moreel afgekeurd kan worden wanneer hij in zijn dagdagelijkse omgang met andere mensen binnen die samenleving – bijvoorbeeld bij de bank, de bakker, de slager,… - het vertikt Nederlands te spreken.

Nu zal de traditionele Vlaams-nationalist zonder twijfel opmerken dat het naïef is te rekenen op de samenleving om, in dit voorbeeld, de weerbarstige francofiel tot andere Nederlandstalige inzichten te brengen. De dagelijkse realiteit leert immers dat zowel de loketbediende bij de bank, als de bakker, als de slager, als de krantenverkoper, enz. zonder enige scrupule commerciële belangen zullen inroepen om de Franstalige inwoner in kwestie van dienst te zijn. De tweetalige (Nederlands/Frans) reclamefolders van de meubelketen Ikea die in 2005 in Halle-Vilvoorde werden verspreid zijn hier een voorbeeld van. Schiet ‘de samenleving’ op die manier dan niet te kort in de vrijwaring van de Nederlandse taal, en is een (dwingend) overheidsingrijpen hier dan echt niet op zijn plaats? Het antwoord is, op z’n Joëlle Milquets, non. De vraag die immers gesteld moet worden is: waarom weigert verzameld Francofonië het pertinent om Nederlands te spreken, laat staan het te leren? Misschien dat ook hier de overheid de grote boosdoener is? De Vlaamse (!!) overheid (!!) bijvoorbeeld, die in de zes faciliteitengemeenten niet minder dan 9 miljoen euro per jaar besteedt aan Franstalig basisonderwijs, en daarmee gewoon zélf de loop van het geweer op de Vlaamse slaap houdt. Van zelfkastijding gesproken… Of wie, denkt u, dat de talrijke Franstalige verenigingen in de Vlaamse rand rond Brussel financiert? Of beter gezegd... subsidieert?

De oplossing ligt er dus niet in de Franstalige dominantie in Vlaams-Brabant te counteren met nog meer overheidsinterventie – zoals de regulering van de markt in Merchtem - , maar juist integendeel door het gevaarlijke buskruit dat de staat is uit te doven. Neem hen het overheidsgeld af, en laat hen hun Franstalige scholen, sportverenigingen en kaartersclubs uit eigen portemonnee betalen. U zult merken hoe snel zij de gedichten van Guido Gezelle en – dichter bij Vlaams-Brabantse haard – de romans van Ernest Claes meester zijn.

29 september 2007

En wat als Vlaanderen nu eens zonder Brussel verderging?

Merkwaardig, verbazingwekkend en de wereld op z’n kop. Het zijn zo maar enkele woorden die me te binnen schieten naarmate het oeverloze geklets tussen Vlaamse onderhandelaars en Franstalige oorlogszoekers vordert. Tenslotte mogen we al weken en maanden en jaren aan een stuk het tricoloor gedraaide plaatje horen dat de Vlamingen uit zijn op de totale ontmanteling van de Belgische staat, terwijl Franstalig België – als er al een ander België bestaat… - slechts het huidige (uiteraard financieel voordelige…) status quo wenst te behouden.

Doch, als België implodeert, zal het zeker niet de schuld van de Vlamingen zijn. Met hun agressieve Anschlusspolitiek gericht op de Vlaamse rand rond Brussel maken de Franstaligen zich niet alleen bijzonder onpopulair bij de Vlaamse politieke opinie, maar blijkbaar is de Franstalige politieke elite er sneller bij om openlijk het toekomstvizier te richten op een situatie zonder België dan de Vlaamse. De PS-diva en professioneel douche-installateur Marie Arena wil immers tegen 2009 een Waals-Brusselse commissie oprichten die zich moet buigen over de toekomst van de Franse gemeenschap wanneer “het ondenkbare” zou gebeuren.

Dat Marie Arena zich nu reeds voorbereid op een dissolutie van België en hierover het debat wil aanzwengelen, siert haar. Dit in tegenstelling tot de lamzakken die op 10 september jongstleden nog een decreetsvoorstel van het Vlaams Belang voor het organiseren van een referendum over de Vlaamse onafhankelijkheid unaniem hebben afgewezen. Maar laten we daar niet verder op ingaan. Interessanter om eens van naderbij te bekijken zijn de kleine details: wanneer in Vlaanderen wordt gesproken over het idee van een onafhankelijke Vlaamse staat, is het vaak nogal duidelijk of dat Vlaanderen nu ook Brussel – vandaag de dag de officiële hoofdstad van zowel het Vlaams Gewest als de Vlaamse Gemeenschap – moet of zal omhelzen. Ook binnen de brede Vlaamse beweging bestaat hieromtrent nogal wat discussie: volgens sommigen zullen de (zelfs verfranste!) Brusselaars wel voor Vlaanderen – en dus voor het geld – kiezen. Brussel zou volgens hen als een appel vanzelf in de Vlaamse korf vallen. Eventueel zou Brussel na de ontbinding van België ook kunnen worden “afgekocht” van de Franstaligen, door de integrale overname van de Belgische staatsschuld door Vlaanderen (wat mijns inziens een waanzinnig idee is). Een andere optie kan zijn om Brussel een Vlaams-Waals condominium, of een apart stedelijk district te maken. Een idee dat door de auteurs van het Warandemanifest uitvoerig wordt verdedigd. Ten slotte is er ook nog een derde optie waar ik mezelf achter schaar, die echter wegens mijns inziens eerder sentimentele redenen absoluut taboe is binnen de Vlaamse beweging: een onafhankelijk Vlaanderen zonder Brussel, en een Brussel waar Vlaanderen zich volledig uit terugtrekt.

Brussel is immers het ultieme chantagemiddel van het Belgische regime – veel meer dan chocolade, friet of het koningshuis - om dit ongelukkige koninkrijk aaneengelijmd te houden. De Fransgezinde Belgische “revolutionairen” van de vroege en latere 19de eeuw zijn immers zeer sluw geweest: men neme een op en top Nederlandstalige stad in het hart van het huidige Vlaanderen – tot diep in de 18de eeuw was het Brabants er immers de voertaal - , men make dit de hoofdstad van het nieuwe koninkrijk/royaume, men voere Frans als enige bestuurs- en communicatietaal en men laat enkele Franstalige ambtenaren en militairen uit Henegouwen, Namen en Luik overnemen. Men laat de situatie nadien dermate escaleren dat Brussel na enkele decennia volledig verfranst is, en ondertussen lijft men ook enkele buurgemeenten dieper in Vlaams-Brabant verder in. Anno 2007 giet men over die lange verfransings- en vervreemdingsdis ook nog eens een “multicultureel” en “kosmopolitisch” sausje, en men zegt dan achteraf tegen die o zo stoute separatistische Vlamingen: als jullie onafhankelijk worden, dan zijn jullie Brussel kwijt! En zo werkt deze chantagepolitiek anno 2007 nog altijd. Zie maar naar de heren en dames belgicisten die de meest stralende Sensodyne-glimlach op hun gezicht toveren wanneer er door de Vlaamse beweging voor de zoveelste keer naar de fluwelen scheiding van Tsjecho-Slowakije wordt verwezen. Zij betogen dan als hét ultieme tegenargument dat Praag mooi in Tsjechië lag en ligt, en Bratislava de onbetwistbare hoofdstad was Slowakije was. Maar de Tsjecho-Slowaakse staat had geen “gemene deler” zoals Brussel.

Welnu, het moet maar eens uit zijn met het constant chanteren van Vlaanderen met Brussel. Als de Franstaligen per se Brussel willen verfransen en vervreemden, dat ze dan maar leutig verder doen, maar dan zonder Vlaamse centen (i.e. 2,3 miljard euro per jaar). Dat ze dan maar zelf hun Franstalig islamitische republiek met kalief El-Thielemans onderhouden, inclusief fascistische knokploegen uit het Luikse. En zelf opdraaien voor de meer dan 18% werklozen. En zelf maar opgezadeld zitten met de circa 30.000 regelitis-zieke eurocraten. En voor mijn part de eeuwige verdoemenis ingaan met hun criminele achterstandswijken, franskiljone Vlamingenhaters, logebroeders, politici, multiculturele culti en berlaymonsters.

Neen, het sop is echt de kool niet waard. Wanneer bij een Belgische boedelscheiding zou blijken dat de prijs voor het medezeggenschap voor Brussel te hoog zou blijken, dan moet Vlaanderen deze stad durven loslaten. Brussel wordt dan een stad dat ofwel direct in Waalse handen, danwel in eigen Brusselse zal belanden. En juist dat is hetgene wat de Franstaligen zo frustreert: namelijk dat Brussel niet geografisch verbonden is met Wallonië. En dat is inderdaad een cadeau dat we niet zomaar mogen geven: wanneer Vlaanderen Brussel zou loslaten, dan wordt Brussel een Franstalig eiland temidden van Vlaanderen, zonder direct in verbinding te staan met Wallonië. Uiteraard blijft vrije toegang van Brussel naar Wallonië (en omgekeerd) over Vlaams grondgebied – zij het volgens Charles Picqué over hobbelige en slecht onderhouden wegen – mogelijk. Maar al snel zal blijken dat zonder Vlaamse financiële steun het socialistische multicultuurfeestje wel eens zeer vlug gedaan kan zijn. In plaats van haar inwoners met uitkeringen allerhande verder in slaap te wiegen – zoals in Wallonië ook wordt gedaan – zal men al snel genoodzaakt zijn eerder vrije marktoplossingen in te voeren. Ergo: nuttigere arbeidskrachten inschakelen dan de tienduizenden ambtenaren van Eurocratië. En men zal ook zeer snel inzien dat een autarkisch Brussel – zelfs met Waalse steun – gewoon niet liefbaar is. Wedden dat de inwoners van een zelfstandig Brussel zeer snel vloeiend “le flamand” zullen lezen en spreken, teneinde de (handels)relaties met ondermeer het Vlaamse hinterland te onderhouden.

Vlaanderen van haar kant zal in dit scenario alleszins andere oorden dan Brussel moeten opzoeken om haar regeringszetel te vestigen (voor zover Vlaanderen een regering nodig heeft natuurlijk…). Een stad die dan nogal dikwijls wordt genoemd is Antwerpen, hoewel het een verkeerde zet zou zijn om Vlaanderens economische hoofdstad samen met de regeringszetel te fusioneren (juist om de corrumperende invloed van een centrale regering op het bedrijfsleven te temperen). Wanneer Vlaanderen bij haar onafhankelijkheid ervoor kiest het oude en stinkende tricolore gewaad van de expansieve en betuttelende overheid – dat België in haar lelijkste glorie belichaamt – van zich af te werpen, kiest zij er best voor haar minimale overheid – voor zover die zelfs nodig is – in een minimale stad te plaatsen. Voor een overheid siert immers alleen maar de bescheidenheid en soberheid, wat zich ook best uit in de plaats die zij kiest om parlement en orgaan van de uitvoerende macht te plaatsen. Daarom dat Vlaanderen er beter aan doet te kiezen voor een kleine tot middelgrote stad die per weg en per spoor vlot bereikbaar is, en niettemin vanuit alle uithoeken van het land min of meer even ver verwijderd is. Zo zou Mechelen bijvoorbeeld in aanmerking komen, temeer zij ook in de Bourgondische Nederlanden reeds een hoofdstedelijke functie heeft gekend (zij het echter alleen als zetel voor de rekenkamer en de hoogste gerechtelijke instanties). Er zijn natuurlijk ook andere opties: steden als Sint-Niklaas, Lokeren, Aalst, Dendermonde, Halle, Lier, Herentals, Aarschot en Leuven zijn eveneens klein genoeg om als hoofdstad van Vlaanderen te dienen. Alleszins, zolang de nieuwe volledig autonome Vlaamse regering niet tot de waanzin gedreven wordt historische stadsdelen te verpesten door de aanbouw van Sovjet-gestileerde mastodonten in glas en beton – zoals Superstaat Europa in Brussel heeft gedaan – heeft zij alvast keuze te over.

5 september 2007

GDF-Suez en de erfenis van Frédéric Bastiat

Terwijl een Belgische kortsluiting in de regeringsvorming dreigt (hoewel dit meer een hoopvolle verwachting danwel een bedreiging vormt), schittert de hoofdstad van onze zuiderburen weer in het licht. La Ville Lumière zoals Parijs soms romantisch wordt genoemd zal hiervoor aan elektriciteit zeker geen tekort hebben. Immers, de Franse energieconcerns Suez en Gaz de France zijn sinds kort gefusioneerd tot het grootste energiebedrijf ter wereld, met een gezamenlijke jaaromzet van 72 miljard euro. Et allors? – om het Mitterandiaans uit te drukken. Wat doet dit heuglijke bericht over een Frans bedrijf nu op een Vlaamse politieke blog als deze? Dat komt omdat achter de façade van deze fusie minder rooskleurige zaken verborgen zitten die men niet direct ziet. Ce qu’on voit et ce qu’on ne voit pas , om het in de primaire taal van de meerderheidsaandeelhouders uit te drukken. De 19de eeuwse Frans-Baskische econoom Frédéric Bastiat zou een vette kluif aan de hele fusie hebben. Jammer genoeg is ook samen met Bastiat zijn intellectuele erfenis teloor gegaan, hoewel we er anno 2007 meer dan ooit nood aan hebben.

Hoewel de aanloop naar de fusie tussen Suez en GDF – dat een aaneenrijging van de ene protectionistische beleidsdaad naar de andere etatistische bezwerende vinger vormt – gaan we hier niet dieper op in. De fusie is nu tot stand gekomen, en hoe spijtig ook, dienen we ons hierbij neer te leggen. Wat wel zeer verhelderend is om naderbij te aanschouwen is de samenstelling van de aandeelhouders van de nutsgroep GDF-Suez. Wat bijvoorbeeld direct opvalt is dat de Franse staat meerderheidsaandeelhouder is geworden. In totaal bezit zij 38% van de aandelen; gezien diezelfde Franse staat immers de haast monopolistische aandeelhouder van GDF was. Voor België – en dus ook voor Vlaanderen – heeft die plotsklapse bemoeienis van de Franse overheid binnen GDF-Suez uiteraard een serieuze impact, gezien Suez via Electrabel 70% van de (althans Vlaamse) energiemarkt domineert. En via SPE-Luminus – dat 15% van die markt op zich neemt – heeft ook het Franse staatsconcern GDF (dat een belang van 25% in SPE heeft) een aardige vinger in de Vlaamse pap te brokken.

Om de miserabele situatie kernachtig te schetsen: door Franse overheidsinterventies en –inmengingen allerhande dreigt het semi-staatsbedrijf GDF-Suez een monopoliepositie op de Belgische elektriciteitsmarkt te verkrijgen. Op het feit dat alleen dergelijke ongeoorloofde overheidsacties tot een monopolie kunnen leiden, is al meermaals terecht gewezen door de Oostenrijkse economische School.

Conform de zogenaamde “Pax Electrica” die de top van Suez en de Belgische regering vorig jaar beklonken hebben zou Suez na deze fusie 30% van haar activiteiten in België afstoten, maar dat is natuurlijk slechts een schijnoperatie. Iedere vorm van concurrentie die gevoerd moet worden tegen een (gedeeltelijk) overheidsbedrijf is in feite concurrentievervalsing. De staat als aandeelhouder zelf wordt immers niet gesponsord door private actoren zoals bedrijven of individuele investeerders (zoals dat wel het geval is bij volledig privaat beheerde bedrijven), maar wel door middel van diefstal die in de volksmond ook wel eens belastingen worden genoemd. Met gevolg dat GDF-Suez allicht veel minder met bedrijfseconomische logica rekening zal moeten houden – in het slechtste geval zelfs gewoon een speelbal van Frans politiek gewin wordt – wat totaal ongeoorloofd is voor privé-bedrijven; tenzij het management wenst de fles op te gaan.

Er is in het hele verhaal dan ook een hoofdrolspeler die we in de hele tumult rond deze miskleun van een fusie nauwelijks horen. Een acteur die op andere momenten en bij andere gelegenheden het nochtans niet nalaat haar afgrijselijke muil wijd open te sperren en de meest oorverdovende geluiden te produceren: de Europese Commissie. Zij heeft immers wel een aantal randvoorwaarden opgesteld om het huwelijk tussen GDF en Suez te voltrekken (namelijk de afstoting van een aantal activiteiten in zowel Frankrijk als België), maar dit is gewoonweg ondermaats. De Europese Commissie had bij de opmaak van de richtlijnen die de liberalisering van de Europese energiemarkt regelden van in den beginne duidelijk moeten stellen dat de verschillende nationale overheden hetzij hun energiebedrijven privatiseren, hetzij hun aandelen verkopen. Dat is echter niet gebeurd, met het gevolg dat de hele liberalisering een soep is geworden waarbij de Europese Commissie als een alziende waakhond moet optreden: wordt hier niet een ongeoorloofde overheidssubsidie verleend? Is hier niet een monopolie in de maak? Moeten productie- en distributie-eenheden niet gesplitst worden? Dit zijn vragen die totaal overbodig zijn indien de vrije markt – zonder ook maar één greintje overheid – haar beloop wordt gelaten.

19 augustus 2007

Hertoginnedal of Tranendal?

Na iets meer dan 30 dagen is het circus in kasteel Hertoginnedal eindelijk afgelopen. De communautaire eisen van de Franstalige partijen – die nochtans bij reeds van het prille begin bij de regeringsformatie hadden bevestigd “demandeur de rien” te zijn – bleken voor de Vlaamse partijen, de tricolore VLD incluis en dat wil wat zeggen, onverteerbaar. De onderhandelingen zijn dus afgesprongen, en koning Albèrt II neemt nu tijdelijk de honeurs waar. Ook deze keer worden de oranje-blauwe ruziestokertjes in een kasteel ontvangen, zijnde de domicilie van Zijne Majesteit.

Wat opvalt is vooral de aard van het eisenpakket. Terwijl de Vlaamse partijen nog tamelijk bescheiden bevoegdheidsoverdrachten vragen zoals de regionalisering van de wegcode, de bevoegdheid RSZ-bijdragen te verminderen en vertegenwoordiging in de organen van het RIZIV; is dit volledig anders bij de Franstalige partijen. Toegegeven, de regionalisering van de personen- en vennootschapsbelasting is misschien wat revolutionairder, hoewel ook dit in een ‘normale’ federale staat geen probleem zou mogen zijn. Maar wat de Franstalige partijen als tegenvoorstellen poneren, grenst aan het absurde. Ronduit imperialistisch-fascistisch zijn de ideeën om Brussel verder uit te breiden met de faciliteitengemeenten, de afschaffing van de dubbele meerderheid in het Brussels Parlement en de organisatie van een talentelling in Halle-Vilvoorde.

De vraag is natuurlijk of de Franstaligen deze eisen wel ingewilligd willen zien, danwel een afschrikkingmiddel is om een verdere staatshervorming te saboteren. Want indien geen van beide partijen op de avances van de andere wenst in te gaan, dan resulteert dit logischerwijs in een status-quo. En MR-voorzitter Didier Reynders heeft er al meermaals op gewezen dat de vorming van een federale regering prioritair is aan een verdere staatshervorming.

Maar voor de Vlaamse beweging kan het eigenlijk alleen maar amusant zijn om te kijken hoe arrogant en agressief de Franstaligen zich opstellen tijdens de onderhandelingen. Hoe het scenario ook verder moge evolueren, in feite kan Vlaanderen er alleen maar baat bij hebben. Laten we een aantal van die pistes eens van naderbij bekijken, en zien wat de gevolgen hiervan op langere termijn kunnen zijn.

1) Mijns inziens is dit allicht het meest realistische scenario dat zich zal voordoen. De communautaire eisen, zowel Vlaamse als Waalse, worden in de (oneindig diepe…) diepvriezer gestoken (al dan niet op vraag van de Koninklijke bemiddelaar uit Laken), en de oranje-blauwe partijen gaan van start met een nieuwe regering. Doch, het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat de MR en cdH in 2009 op handen zullen gedragen worden door de Waalse kiezer, want zij hebben België gered. Anderzijds zal in dat geval vooral het CD&V//N-VA-kartel allicht rake klappen krijgen, en mogen vooral Lijst Dedecker en het Vlaams Belang zich op een monsterzege voorbereiden. En de vraag of België zo’n verkiezingsuitslag zal kunnen overleven, dient hierbij negatief beantwoord te worden.

2) scenario twee: een overgangsregering bestaande uit de drie grote politieke families wordt in de steigers gezet. Ook hierbij gaan de communautaire eisen de diepvriezer in, en Guy Verhofstadt – niet toevallig populairder in Wallonië dan in eigen land… - treedt terug aan als premier. Het verkiezingsresultaat bij de regionale verkiezingen in 2009 zal allicht dezelfde contouren hebben als in scenario 1, met dat verschil dat in Vlaanderen de sp.a zich heeft ‘verbrand’ aan de macht, en niet in de (eventuele) winst zal kunnen delen.

3) De voorgestelde koehandel gaat toch door: Vlaanderen krijgt haar bevoegdheidsuitbreiding, en de francofone natte droom van een ‘corridor’ tussen Brussel en Wallonië wordt eindelijk verwezenlijkt. Joëlle Milquet wordt verheerlijkt als de nieuwe Jeanne d’Arc van Wallonië, terwijl zelfs honderd baarvoetse gangen naar Canossa voor Leterme niet zullen volstaan om vergiffenis bij de Vlaamse kiezer te vragen.

4) Allicht niet het meest realistische scenario, maar wel het meest wenselijke. Na 177 jaar afpersing, territoriaal imperialisme, verfransing, diefstal en chantage komen de Vlaamse onderhandelaars tot het besluit dat het zo niet verder kan. De tafels in Hertoginnedal worden terug in gebruik genomen, zij het slechts met één doel: de bespreking van het einde van België. Yves Leterme – die toch al het charisma van een notaris heeft – zal zich allicht in zijn nopjes voelen om deze echtscheiding te arrangeren.

Het lijkt er dus op dat Vlaanderen in alle vier scenario’s lijkt te winnen. Veel hangt natuurlijk ook af van het langetermijngeheugen van de modale Vlaamse kiezer tegen 2009. Dat België een totale farce is, is na het schouwspel in Hertoginnedal echter meer dan duidelijk geworden. De tijd is rijp voor een Vlaamse staat, hoewel ondergetekende als libertariër liever heeft dat ook deze zo snel mogelijk verdwijnt. Want secessie heeft geen vastomlijnd eindpunt.

3 augustus 2007

Liberalisering elektriciteitsmarkt gefaald?

De blauwe sinaasappel van Didier Reynders mag op dit moment dan wel gedestilleerd worden tot zuur citroensap dat niet te zuipen is; ook de socialisten hebben deze dagen eens te meer reden om een extra mes in de ruggen van de regeringsonderhandelaars te zetten. De Commissie voor de Regulering van Elektriciteit en Gas (CREG) heeft in een rapport immers bekendgemaakt dat er geen wettelijke middelen voorhanden zijn om de aangekondigde prijsstijgingen die Electrabel gaat doorvoeren - waardoor elektriciteit bij dat bedrijf tot 18% meer kan kosten - af te remmen. Wel kan de regering maximumprijzen voor elektriciteit invoeren, indien ernstige tekortkomingen op de markt zijn vastgesteld. Spek voor iedere socialistische bek natuurlijk, want de aangekondigde prijsstijgingen van Electrabel - dat toch nog steeds 70% van de Vlaamse elektriciteitsmarkt in handen heeft - zijn natuurlijk hét bewijs bij uitstek dat de liberalisering van de Europese energiemarkt één grote vergissing is geweest, die kordaat door een krachtig overheidsoptreden moet teruggeschroefd worden. Zo eist de PS nu een dringende invoering van zo'n maximumtarief. En enkele maanden geleden was ook de Gentse burgemeester Daniel Termont - tevens voorzitter van Publigas - de mening toegedaan dat de energiemarkt toch minstens gedeeltelijk (terug) moest genationaliseerd worden. Of is juist die socialistische analyse een vergissing?

Het feit dat de liberalisering van de Europese energiemarkt een grote mislukking is, is inderdaad juist. Maar niet omdat de EU op een te "drieste en liberale" manier die markt zou hebben opengegooid. Juist het tegendeel is waar: iedere zogenaamde "liberalisering" die door de staat - in dit geval de Europese Unie - wordt opgelegd en, zogezegd in het belang van het goed functioneren van die markt, gereglementeerd; is gedoemd om te mislukken. Immers, de Europese richtlijnen van 2003 die de vrijmaking van de energiemarkt regelen, houden een aantal (nefaste) randvoorwaarden in. Een mooi voorbeeld is de verplichte opdeling van energieconcerns in een productie- en een distributie-eenheid. Een eerste kritiek hierop is natuurlijk dat de Europese richtlijnen terzake totaal geen onderscheid maken tussen privé- en overheidsbedrijven. Voor de overheidsbedrijven is het nogal evident dat zij in feite niet alleen opgesplitst dienen te worden. Zij zouden daarenboven echter ook geprivatiseerd moeten worden, iets wat de EU verzuimt te doen. Voor privébedrijven ligt de zaak totaal anders. Het drama is echter dat de heren en dames eurocraten uit Brussel de 'vrije markt' nog steeds bezien vanuit een achterhaalde neoklassieke economische bril, waarbij monopolievorming zo fel mogelijk moet worden bestreden. Bovendien gaat de neoklassieke visie ervan uit dat competitieve bedrijven gelijk moeten staan aan rivaliserende bedrijven, die hoe dan ook een prijzenkoers naar de bodem voeren. Dit is echter klinkklare nonsens. Diverse auteurs binnen de Oostenrijkse School - dat niets te maken heeft met het land van de Sachertorte en de Weense Waltz, maar wel met een briljante denkrichting binnen de economische wetenschappen met figuren als Ludwig von Mises en Murray Rothbard als voornaamste exponenten - hebben er reeds op gewezen dat de vrije markt een dynamisch proces is waar niet alleen ruimte is voor rivaliteit en competentie, maar ook voor onderlinge gegevensuitwisseling, samenwerking en zelfs fusies van bedrijven.

Toegepast op de Belgische situatie, betekent dit dat de elektriciteits - en bij uitbreiding de totale energiemarkt - totaal ontwricht is door een overdaad aan zowel Europese als Belgische overheidsinmenging. Want laat het nou net Electrabel zijn dat haar prijzen verhoogt! Dat Electrabel zelfs op een (zogezegd) geliberaliseerde markt een quasi-monopolie bezit hoeft niet te verbazen. Ook zo'n sterk punt uit de Oostenrijkse theorie is dat het enige monopolie dat op een markt kan ontstaan er een is dat door de staat in stand wordt gehouden. En dat is zeker het geval voor Electrabel. Electrabel is immers voor ca 96% in handen van het Franse energieconcern Suez-GDF. Eénmaal raden wie de meerderheidsaandeelhouder is? Zeer zeker, de Franse staat, dat via directe meezeggingschap en indirecte participaties 40% van Suez-GDF in handen houdt. Laat het dus net dat (Frans) semi-overheidsbedrijf zijn dat in België de elektriciteitsprijzen opdrijft!

Een tweede ernstige distortie is natuurlijk de grijpgrage arm van vadertje staat. Zowat 23% van de som op een gemiddelde elektriciteitsfactuur houden zaken in als BTW en andere (Verhof)taksen. Een percentage dat jammer genoeg - net zoals alle andere taksen in deze overgereglementeerde Nanny-staat tussen Schelde en Semois - jaar per jaar stijgt (in 1990 was het namelijk nog "maar" 14,6%). Indien de Europese Commissie dus nog eens nuttig werk wil verrichten, dan moet zij ervoor zorgen dat ook nationale overheden zich volledig terugtrekken uit energiebedrijven. De rest van het goed functioneren van de vrije markt wordt dan best overgelaten aan... de vrije markt zelf!

23 juli 2007

Virtueel België

Hoewel de aloude discussie over een verdere staatshervorming nog volop woedt, is de 'feitelijke' (dus eerder sociologische) onafhankelijkheid van Vlaanderen (anders dan de strikt juridische) al jarenlang een feit. De nationale "feest"dag die eergisteren weer uitbundig gevierd werd in Brussel alsook de recente enquête uitgevoerd door het Gentse onderzoeksbureau Compagnie tonen andermaal aan dat België in feite nog maar slechts een virtueel en vluchtig gegeven is.

Vanuit libertarisch oogpunt bekeken is het immers interessant om wat betreft de communautaire kwestie zich volgende vraag te stellen: stel nu dat de (Belgische) staat (zowel wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) en haar hele entourage van gesubsidiërde instituten en pers wegvalt, wat blijft er dan nog over van België? Met andere woorden: zouden individuen uit beide landsdelen die op basis van vrijwillige interactie, organisatie en spontane ordevorming nog tot een 'Belgisch' geheel komen?

Om even terug te komen op de enquête van Compagnie die uitgevoerd werd bij 1.000 Belgen: wanneer België zou moeten rekenen op de goede wil van haar onderdanen, dan ziet haar toekomst er niet al te fraai uit. Volgens de resultaten weet slechts 1/5 van de ondervraagden wat nu de historische betekenis (i.e. de eedaflegging van Leopold I in 1831) van 21 juli is. Slechts 42% is op de hoogte dat België uit 10 en niet 9 provincies bestaat, hoewel de provincie Brabant al meer dan 12 jaar gesplitst is. Slechts 2% kan de brabançonne zingen (ondergetekende is verheugd bij de overige 98% te behoren!) , en ondertussen weten we trouwens ook dat toekomstige Belgische eerste ministers meer geïnteresseerd zijn in hun 'blackberry' dan in de nationale hymne. Hoewel Yves Leterme met zijn keuze voor de Marseillaise wel een historische kern van waarheid heeft aangeraakt, namelijk dat België al van oudsher niet meer of niet minder dan een Franse satellietstaat is... Anderzijds bleek ook dat 71% van de Vlamingen voor het behoud van België zou zijn, maar bleek diezelfde Vlaming zo vaderlandslievend te zijn dat 55% van hen op 10 juni voor ofwel ronduit separatistische ofwel autonomiestrevende partijen heeft gestemd.

Maar laat ons terugkeren naar de aanvankelijke bedoeling van deze tekst, namelijk uitmaken hoe Belgisch onze samenleving nog is zonder rekening te houden met staatsacties. Er zijn tal van indicatoren die erop wijzen dat België slechts een virtueel gegeven is, dat zonder tussenkomst van de staat zou verdwijnen. Tal van voorbeelden tonen dit aan. Werkgelegenheid bijvoorbeeld: uit een recente studie van de Federale Overheidsdienst Economie bleek dat in 2006 slechts 2,9% van de actieve beroepsbevolking in Wallonië werk vindt in Vlaanderen. Omgekeerd is de situatie nog schrijnender: amper 0,8% van de Vlaamse werkenden verdient zijn boterham ten zuiden van de grens Avelgem-Voeren. Brussel blijft dan weer een magneet voor beide landsdelen, met 8,9% der Vlamingen die in de hoofdstad werkt, en 10,4% vanuit Wallonië.

Hogergenoemde cijfers zijn een overduidelijke illustratie dat we op het terrein van de arbeidsmarkt geconfronteerd worden met twee totaal verschillende landen. Wanneer koning Albert II - net zoals zijn grootvader van een grote hoogte gevallen - in zijn 21-juli toespraak initiatieven looft die meer synergie tussen de Vlaamse en Waalse arbeidsmarkten looft, dan bedoelt hij hiermee impliciet een grotere synergie door overheidsgecontroleerde organen zoals de RVA, de VDAB en de Forem. De koning toont dus aan dat zonder overheidstussenkomst niets bestaat zoals een 'Belgische' arbeidsmarkt. Er is natuurlijk niets verkeerd met een betere samenwerking tussen Vlaanderen en Wallonië op het vlak van werkgelegenheid, maar dan dient deze op spontane basis te gebeuren door werkzoekenden en werkgevers, en niet door staatsinterventie om koste wat het kost België te behouden. De doorstroming van werkzoekenden uit Noord-Frankrijk naar (West-)Vlaanderen toont alleszins aan dat, hoewel plaats van woonst en plaats van tewerkstelling behoren tot twee verschillende staten, zulke spontante samenwerking over de grenzen heen mogelijk is.

Een ander voorbeeld; de media. Hoeveel Vlamingen lezen nog de Waalse pers en kijken/luisteren naar de Waalse audiovisuele media? En vice versa? De Standaard en Le Soir hadden al behoefte aan een heus samenwerkingskartel om de lezer te informeren over de stand van zaken in het andere landsdeel! En het hoeft niet alleen tot de media beperkt te blijven. Tandartsverbonden, universiteiten, tennisverenigingen, hobbyclubs, cultuurverenigingen,... Allen zijn ze op op hetzij Vlaamse, hetzij Waalse leest geschoeid.

We kunnen natuurlijk eindelijk zo blijven doorgaan om aan te tonen dat België sociologisch gezien een lege doos is. Mocht u toch niet helemaal overtuigd zijn, gelieve dan voor uzelf volgende vragenlijst te beantwoorden. Indien u meer dan 5/10 'ja' heeft geantwoord, bent u een trouwe patriot. Zelfs zinder staat.

1) Bent u de afgelopen maand nog in Wallonië geweest? (doorreizen naar Frankrijk, Groothertogdom Luxemburg en Duitsland uitgezonderd)
2) Heeft u meer dan vijf familieleden/vrienden die woonachtig zijn in Wallonië?
3) Leest/bekijkt/beluistert u meer dan één keer per week de Waalse media?
4) Gaat u soms in Wallonië op vakantie?
5) Werkt of studeert u in Wallonië?
6) Kent u de titel van het Waalse volkslied?
7) Bent u lid van een vereniging (indien niet, hou dan met deze vraag geen rekening bij het berekenen van uw score) en zo ja, is deze dan op Belgisch niveau georganiseerd?
8) Kunt u meer dan vijftien namen van Waalse gemeenten opnoemen?
9) Een citaatje van koning Albert I, tijdens een toespraak in 1917 om vrijwilligers in het Belgisch leger te recruteren: "Vlamingen, gedenk de slag der Gulden Sporen, en gij, Luikerwalen, de slag der 600 Franchimontezen." Weet u, al dan niet bij benadering, naar welk historisch feit de slag der 600 Franchimontezen verwijst?
10) Kunt u meer dan vijf biersoorten die in Wallonië gebrouwen worden opnoemen?

De score van ondergetekende is 3/10, mocht u dit interesseren. Alleszins een score die te laag ligt om me echt 'Belg' te noemen. Tot slot kan ik het niet nalaten u volgende anekdote mee te delen: afgelopen week werd van 14 tot 20 juli het Liberty Seminar in Leuven georganiseerd door het - nochtans in Frankrijk en aldus deels Franstalige - Institute for Economic Studies Europe, in samenwerking met het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV), een evenement waar ook ikzelf aanwezig was. Van de 34 deelnemers waren er - afgaande op de naamplaatjes - 9 afkomstig uit 'Belgium'. Of toch het Noordelijk deel ervan, gezien Wallonië geen enkele delegatie heeft gestuurd. Anderzijds vonden deelnemers uit verre uithoeken van de wereld zoals India, Guatemala, Israël, Oekraïne en Rusland hun weg naar Tobbackgrad-aan-de-Dijle. Ofwel was er in Wallonië wel degelijk interesse voor zulk seminarie, maar hebben de deelnemers geen geldig reisdocument verkregen van de autoriteiten uit Pyongang, excuseer, Namen; ofwel is het zeer droevig gesteld met het liberalisme en de intellectuele erfenis van Gustave de Molinari in Wallonië (liberalisme in haar klassiek-liberale tot libertarische betekenis van negatieve vrijheden; niet het waterverfblauw van de MR dat daarenboven nog eens extra gecompromiteerd wordt door franskiljoon FDF-imperialisme). Het bleek echter al van de eerste dag dat de facto niet België, maar wel Vlaanderen het gastland was.

3 juli 2007

Eurocratische seksorgie

5,6 miljard euro. Dat is het bedrag dat de Europese Unie jaarlijks uitgeeft aan reclamestrategieën allerhande. In de boekhouding staan deze uitgaven natuurlijk mooi verspreid over nietszeggende departementen als "coördinatie", "communicatie" en "burgerschap". In werkelijkheid is de Europese Unie een gigantische propagandamachine. Niet alleen produceert de EU massaal balpennen met Europese sterretjes, vlaggetjes, wimpeltjes en foldertjes om aan het lompe plebs, pardon, de 'burger' te verspreiden; soms gaat deze totalitaire indoctrinatie nog enkele stappen verder, gezien pennen en plastic zakken uiteindelijk nog vrijwillig kunnen aangenomen of geweigerd worden. Maar als je - en ondergetekende heeft in 1999 (toen al...) de "eer" gehad dit te mogen beleven - als 11-jarige scholier in het zesde leerjaar lager onderwijs in ons staatsgefinancierd en -gedirigeerd onderwijssysteem letterlijk gedwongen wordt mee te zingen "Euro, euro, we zingen comme il faut", dan weet je wel hoe laat het is. Allicht komt er nog een tijd dat het portret van koning Albert II dat toen in het klaslokaal hing wordt vervangen door een megagroot hoogtechnologisch gesofisticeerd televisiescherm met de beeltenis van José Manuel Barroso. Big Brother is watching you!. Niet dat Le Roi Albèèèr mijn grootste idool is, maar we kunnen al bij al nog wat lachen met deze quasi machteloze muppet uit Laken en zijn tweejaarlijkse (op 21 juli en op Kerstavond) pathetische oproepen om de laatste brokstukken van la Belgique nog aaneen gelijmd te houden. De voorzitter van de Europese Commissie is echter een brutale machtsusurpator die geen tegenspraak duldt.

Maar we dwalen ietwat af. Dankzij die mooie miljardensom hebben sommige eurocraten er niet beter op gevonden om een eigen stekje te veroveren op de wereldwijd populaire videowebsite Youtube. Op hun pagina - die ze EUtube hebben gedoopt, en bezichtigd kan worden via http://nl.youtube.com/profile_videos?user=eutube&p=v&page=1 - hebben ze een aantal filmpjes om de internetsurfende 'burger' op, pardon, in te lichten over de werking van de Europese Unie.

Eén van deze filmpjes krijgt de laatste dagen echter enorm veel kritiek te verduren wegens haar, laat ons zeggen, "weinig conventionele" manier van overtuigen. Het 44 seconden durende filmpje wijst de kijker erop dat de Europese Unie met alle plezier de Europese filmindustrie sponsort. Hoe ze dit aan de kijker brengt, kunt u hier bezien: http://nl.youtube.com/watch?v=koRlFnBlDH0 .

Het filmpje laat een aantal koppels in een hotel zien - soms ook op de meest ongewone plaatsen - die door een overdosis Cupido's pijlen getroffen zijn. Merk trouwens ook op dat er twee homokoppels meedoen in het filmpje (de EU moet immers ook haar beleid van gelijke kansen, non-discriminatie en andere politiek correcte blabla in beeldmateriaal omzetten. Vreemd genoeg hebben ze geen allochtone - liefst Maghrebijnse - homofiele allochtonen gevonden. Hoe zou dat toch komen?....) . Naarmate de verbale uitingen van extase hogere tonen aannemen, verschijnt ineens let's come together.

Los van het feit natuurlijk dat de heren en dames eurovisiocraten over een toch wel heel bijzondere choreografische voorkeur beschikken die misschien niet door iedere Europese 'burger' gesmaakt wordt, toont deze video niettemin perfect aan waarvoor de Europese Unie staat: een collectieve verkrachting van alle democratische normen, massa-pedofilie ten aanzien van de nationale belissingssoevereiniteit en ten slotte een SM-foltering in een duistere kerker in het Brusselse Berlaymonstergebouw van alles en iedereen dat naar vrijheid roept. Of anders zijn onze heren en dames eurocratici dermate uitgeput in hun campagnestrategieën dat ze niet verder reiken dan een ordinaire sekspartij om de Europese geesten voor zich te kunnen winnen. Als men daar in de Brusselse europawijk dan toch zo campagnemoe zou zijn; op slechts een steenworp daarvan bevindt zich de Melsensstraat alwaar de hoofdkwartieren van de "Open" VLD zich bevinden. Gezien Noël Slangen er na de nederlaag van 10 juni allicht persona non grata zal zijn, kan de Europese Unie hem misschien nog gebruiken? Als het hem lukt de "Open" VLD ten gronde te richten, zal hij dat allicht ook kunnen met het Europese 'project'. Ons alleszins niet gelaten.

Overigens is er nog een pikant detail dat ik u niet wil onthouden. In de Britse krant "The Times" - alwaar over dit filmfragment melding werd gemaakt - staat volgende passus die menig lezer van deze weblog niet zal kunnen weerhouden een cynische glimlach op het gezicht te toveren:

"In an attempt at humour that might go down better in Belgium than in Britain, the film climaxes with quivering bedheads and loud orgasms. It closes with the line: “Let’s come together."

Dat België aan de Westelijke zijde van het Kanaal geboekstaafd staat als een geperverteerd land wier bevolking er een wansmakelijke humorvoorkeur op nahoudt raakt mijn koudste kleren niet. Het toont echter andermaal aan dat de parallel tussen België en de Europese Unie frappant is: ranzig, ranziger, ranzigst.

18 juni 2007

Stop Europese imperialistische agressie!

Graag had ik uw aandacht willen vestigen op volgende petitie naar aanleiding van de Europese top van staats- en regeringsleiders aanstaande donderdag en vrijdag te Brussel: http://stopeuropeanaggression.blogspot.com . Om de petitie zelf te ondertekenen, ga naar http://www.petitiononline.com/stopeuro/ . Alvast bedankt.

Tsjeef, tsjever, tsjeefst

“To be or not to be, that’s the question” Een goede vierhonder jaar na publicatie van Shakespeares tragedie ‘Hamlet’ blijft dit een meer dan actuele vraag. Zeker wanneer het woordje ‘be’ zou staan voor ‘belgium’. België of geen België, dat is inderdaad het dilemma waar Yves Leterme nu voor staat. In de aanloop naar de verkiezingen pakte hij uit met een stevig Vlaamsgezind programma (hoewel hij uiteraard van tijd tot tijd zijn ACW-achterban gerust diende te stellen) en zelfs zijn kartelpartner mocht tijdens de campagne de kiezer attent maken op de gevaarlijke noeud papillon uit Mons.

Tsjeven zijn en blijven tsjeven, en reeds op 10 juni zelf begonnen de eerste tekenen van woordbreuk zichtbaar te worden. Tijdens het zoveelste kopstukkendebat op de VRT – wanneer de uitslagen al in grote mate bekend waren – wees Vlaams Belang voorzitter Frank Vanhecke zijn collega van CD&V erop dat de partijen die met een uitgesproken Vlaamsgezind programma – zijnde CD&V/N-VA, Vlaams Belang en Lijst Dedecker – bijna 60% van de stemmen (55,1% om precies te zijn) van de Vlaamse bevolking vertegenwoordigen. Geen wonder ook dat er in het zuiden van het land met menig tandengeknars gereageerd wordt op deze zwart-gele verkiezingsuitslag. Conclusie? Vlaanderen beschikt numeriek nu wel degelijk over de macht om het Belgische vermolmde staketsel een finale genadestoot te geven. Zo niet voor CD&V, dat tegen beter weten aan het cordon sanitaire – en niet alleen tegen het Vlaams Belang – blijft vasthouden. Anderzijds beloofde CD&V de kiezer ook plechtig ‘paars te zullen breken’, maar nu blijven alleen maar de paarsen over om een regering mee te vormen.

Want inderdaad: hoewel de partij van de “open samenleving” in Vlaanderen zwaar is afgestraft, is de kans nu zeer reëel dat de VLD nu terug in het regeringszadel wordt gehesen. Met de benoeming van Didier Reynders als informateur, en later allicht Yves Leterme als formateur is een rooms-blauwe regering nu al bijna in kannen en kruiken. Waar we van het kartel CD&V/N-VA misschien nog een beetje Vlaamse standvastigheid kunnen verwachten in de toekomst, trekken de zelfverklaarde liberalen alle registers open om luid de Brabançonne te spelen. De MR van Reynders is “geen vragende partij” voor een staatshervorming. Meer zelfs: Reynders vraagt om zeker tot 2009 geen bevoegdheden naar de gewesten over te hevelen, omdat zij dat in handen komen van de PS die momenteel de plak zwaait in de Waalse gewestregering. Dan blijven die bevoegdheden beter op ‘veilig’ federaal niveau, dicht in het bereik van de MR. En zo heeft ook Wallonië haar eigen Jan Van Speijk (de Nederlandse kanonneerbootcommandant die tijdens de Belze revolutie in februari 1831 zijn schip aan de oevers van de Schelde in Antwerpen liever liet ontploffen dan zich over te geven aan de opstandelingen). Het spreekt echter voor zich dat op het communautaire vlak de Mouvement Réformateur helemaal niet zo ‘réformateurgezind’ is. Reynders maakt in feite gebruik van een drogreden: hij wil dus best wel bevoegdheden overhevelen naar de gewesten, maar pas in 2009 na de regionale verkiezingen wanneer de MR het ook in Wallonië voor het zeggen heeft. En wie garandeert ons dat de MR ook in 2009 een eclatante verkiezingszege zal behalen? Je kunt er immers gif op innemen dat de PS – nu zij allicht uit de federale regering wordt weggekaatst – al haar duivels (en gezien de PS een demonische partij is zijn dat er wel wat…) zal ontbinden om de MR het leven zuur te maken. De kans dat in 2009 de PS juist de verkiezingen zal winnen is niet te onderschatten. En wat zal Reynders dan zeggen? Communautaire eisen in de koelkast laten liggen tot Sint-Juttemis?

De VLD – het staat voor eens en voor altijd vast dat dit staat voor Vlaanderen Liever Dood – is dan weer wél te vinden voor een staatshervorming… zij het in achterwaartse versnelling! De partijtop blijft immers – zelfs na haar totale electorale nederlaag – bij haar standpunt dat er ook bevoegdheden terug naar het federale niveau moeten overgeheveld worden, gaande van de geluidsnormen van de luchthaven van Zaventem (waar misschien nog iets voor te zeggen valt – hoewel in het hele conflict het Waals Gewest helemaal niet aan te pas komt), over het energiebeleid tot buitenlandse handel. De VLD kan ook niet anders dan een neobelgicistisch discours voeren, want zij heeft haar wagonnetje haast letterlijk aan de MR-locomotief gehangen. Valt het namelijk niet op dat de VLD het de laatste dagen steeds heeft over de “liberale familie”, om te kunnen verdoezelen dat zij 6,6% van haar kiezers is kwijtgespeeld.

Het interessantst is eigenlijk nog de christendemocratische antipode van Letermes partij in Wallonië, het cdH. Voorzitster Joëlle Milquet heeft al laten verstaan dat zij niet in een regering wenst te stappen met de nationalistische N-VA. Om het Vlaamse electoraat te paaien riposteerde Leterme hierop dat dat dan maar de zaak is van het cdH, en dat hij wel een andere coalitiepartner zal zoeken. Waarop Milquet meldde dat het er dan toch niet toe doet of de N-VA in de regering zit of niet, maar dat er naar de “inhoud” zal worden gekeken. Er is echter één zeer belangrijk en pittig detail dat in de Vlaamse pers vakkundig verzwegen werd, maar in het dagblad La Libre Belgique wél het vermelden waard was. En het is zeker interessant om te weten! Het Franstalige dagblad laat immers André Antoine – minister van Transport in de Waalse gewestregering en een belangrijk kopstuk binnen het cdH – aan het woord op de reactie van Leterme dat hij wel zonder het cdH zal regeren: “Franchement, entre ce que raconte Yves Leterme devant un micro et ce qu’il nous souffle à l’oreille, il y a un monde de différence.” Als het waar is wat mijnheer Antoine zegt, dan zal Leterme eerder de N-VA dan het cdH vallen. “dont acte”, besluit La Libre… Meer zand dat dit is er niet nodig zeker?

Leterme is nog vooraleer de aloude CVP-staat goed en wel geïnstalleerd is de oertsjeef aan het uithangen. Maar laat ons even terugkeren naar William Shakespaere en diens toneelstuk waarmee we dit artikel zijn aangevat: op het einde van de scène wordt koning Claudius – die onrechtmatig door middel van verraad en moord op de Deense troon zit – door zijn stiefzoon Hamlet met een vergiftigd zwaard om het leven gebracht (hoewel Hamlet zelf een tijdje later ook komt te sterven). Indien Leterme op dezelfde slinkse manier de troon van de Wetstraat 16 denkt te bestijgen, dan wacht hem een soortgelijk lot in 2009: hij, en vooral zijn partij, zal gelyncht worden door de kiezer.